| AIGUILLE d'ARGENTIÈRE 3901m, mei
2003
Dit is het vervolg op het verslag van de Mont Dolent beklimming. Op zondag 5 mei 2003 bevond ik mij in de
Argentière hut (2771m). Deze hut ligt aan de rechteroever van de Glacier
d’Argentière, niet zover van het Franse Chamonix. De hut was goed gevuld
maar niet vol.
De volgende morgen, nog voor de dag aanbrak, vertrok ik. Ik klikte mijn ski’s vast aan de hut en daalde af naar de Argentière-gletscher. Daar plakte ik mijn stijgvellen onder mijn ski’s en begon de klim van 1200 hoogtemeter naar de top van de Aiguille d’Argentière.
Men gaat omhoog over de nauwe Glacier du Milieu, welke langs beide zijkanten omsloten wordt door rotswanden. In de verte voor mij een paar lichtjes van andere klimmers. Na mij kwam er ook nog eens groep van 4 klimmers. Meer mensen zouden er die dag niet naar de top gaan. Het weer was aan het veranderen. De zon die
de voorgaande dagen had geschenen was niet meer te bespeuren. Het was guur
geworden met veel donkere bewolking. Op ongeveer 3500m werd het te steil om met
de ski’s verder te gaan. Ik was aan het twijfelen of ik de ski’s mee, op
mijn rugzak, naar de top zou dragen. De voorgaande dagen waren er zeker al
verscheidene mensen van de top afgedaald op ski’s, omdat er overal diepe
sporen waren. Het moet toen heel warm geweest zijn, getuige ook de kleine
sneeuwverschuivingen die hebben plaatsgevonden. Niet veel hoger kwam ik aan de randkloof. Deze was nog overwinbaar langs een paar passages. Daarna werd de flank steiler. Op één plaats was er een zeer nauwe doorgang waar ook al wat rosten door de sneeuw kwamen. 4u30 na mijn vertrek stond ik op de top van de Aiguille d’Argentière. Het was er koud en onaangenaam. Van de klimmers voor mij was nergens nog een spoor te bespeuren. Ik vermoed dat deze langs een andere weg omlaag gegaan zijn. Ikzelf bleef niet lang op de top. Het weer
kon alle minuten omslaan (regen, sneeuw?) waardoor het verstandiger was om
niet te lang te blijven dralen.
Ik daalde de bijna 400m hoge flank terug af.
Aan de nauwe doorgang moest ik zeer aandachtig zijn. Ik klom achterwaarts
af in de treden die aanwezig waren. Hier verloor ik redelijk wat
tijd. Eenmaal mijn ski’s weer bereikt te hebben was het grootste gevaar geweken. Daarna daalde ik verder af over de gletscher. Af en toe doken er onverwachte of blootliggende gletscherkloven op. Op tijd reageren was de boodschap. Het was al middag eer ik terug op de Glacier
d’Argentière aankwam. Deze moest ik nog oversteken en verder afdalen om
aan het tussenstation van de Grands Montets kabelbaan te
komen. Ik was dan ook blij toen ik van de gletscher ging en op de skipistes kwam. Deze skipistes waren niet meer open maar waren wel nog skibaar. Het skiseizoen was de voorgaande dag afgelopen in het Mont Blanc massief en alles lag er nu verlaten bij. Ik dacht ineens aan het feit dat de kabelbanen ook gesloten zouden zijn. Te voet afdalen naar het dal zou een behoorlijk lange en vermoeiende karwei worden en dat zag ik niet echt meer zitten. Toen ik eenmaal aan de kabelbaan kwam, was er inderdaad niet veel beweging meer. Er liep wel nog wat werkvolk en personeel rond. Die moesten toch ook naar beneden geraken? Ik vroeg aan een paar mensen of het nog
mogelijk was om af te dalen. Deze zeiden mij dat de cabine nog een paar
maal op en neer zou gaan om mecaniciens en personeel te vervoeren. Ik
moest alleen geduld hebben tot er weer een cabine in werking werd gezet en
dan kon ik mee. Ik had 3 dagen geklommen maar tijd om te rusten zat er nog niet in. Diezelfde dag reed ik nog naar de Zwitserse Simplonpas, alwaar ik overnachtte in de wagen. De morgen erop ben ik nog naar de top van de Monte Leone en de top van de Simploner Breihorn geklommen. Alhoewel het niet echt meer zonnig was geweest, had het weer gelukkig nog stand gehouden. De rest van mijn week verlof bracht ik door in een paar attractieparken in Duitsland en Nederland (Europapark, Holidaypark en Six Flags Holland). Want ja, er is nog meer leuks te doen in het leven dan bergen beklimmen.
|