Balmhorn 3699m, oktober 1996, augustus 2000, juli 2001 :

Deze berg is een beetje een thuisberg voor mij geworden. Reeds driemaal stond ik op zijn top en telkens heb ik iets anders gedaan.
De laatste maal was over de indrukwekkende en uiterst lange 'Wildesigengrat'. Dat was in juli 2001, op een zonnig week-end.
De dag ervoor lag er nog sneeuw tot aan de Balmhornhut maar de grens was sindsdien al veel hoger gestegen. Ik was de enigste alpinist.
Deze graatbeklimming behoort tot mijn mooiste beklimmingen ooit. Ruim 1700 hoogtemeters moesten er overwonnen worden. De omgeving is uiterst wild en desolaat. Door de grote aantallen verse sneeuw op de graat kreeg de beklimming een extra dimensie. Ik vergeet nooit de delicate traversé in de uiterst brokkelige oostwand en de klim door de lange schouw!

In augustus 2000, het jaar ervoor, heb ik de klassieke overschrijding Balmhorn-Altels gedaan. Zie foto hieronder.

Foto : De Balmhorn met aan de linkerkant de Wildelsigengrat en rechts de Altels.


Hieronder volgt het verslag van mijn eerste beklimming van deze berg :

Donderdag 10 oktober was het weer aan het regenen in Kandersteg en de wolken hingen weer zeer laag. Naar de Blüemlisalphut gebeld om te vragen hoe het weer boven was, maar daar was het ook potdicht. Mijn plan om de Blüemlisalp Noordwand te beklimmen viel hierdoor in het water. Dan maar iets anders; de Balmhorn bijvoorbeeld.

Met de laatste cabine ging ik omhoog naar Sunnbüel. Hier was het natuurlijk ook aan het regenen. Dus  mijn poncho aangetrokken en zo in de regen verder naar hotel Schwarenbach. Een (luxueus?) hotel niet ver van de Daubensee en de Gemmipas. Hier zaten al een paar toeristen op hun avondmaal te wachten. Men kon hier zelfs frieten eten!

’s Avonds, juist voor het donker, ben ik de weg gaan verkennen die naar de Schwarzgletscher leidt. Door de donkerte en de opkomende mist heb ik niet echt veel kunnen zien. 's Nachts sliep ik juist onder het dak en buiten was het volgens mij zeer hard aan het stormen : ik hoorde het ontzettend hard waaien.

Om half vier opgestaan en naar buiten gegaan om te kijken. Het was gelukkig een stralende sterrenhemel, maar het was dus ontzettend hard aan het waaien. Met zo'n wind zou ik direct de berg afvliegen. Dus heb ik een tijdlang staan twijfelen wat ik zou doen.
Rinderhorn of Balmhorn?

Uiteindelijk is het toch Balmhorn geworden, en zo was ik om 4u15 op weg naar een berg waarvan ik de te beklimmen zijde nog nooit gezien had. Ook de dag ervoor was het zicht nihil zodat ik, noch de gletscher waarover ik moest, noch de te volgen route had kunnen zien.
Met de frontale op begaf ik mij op de Gemmiweg richting Kandersteg. Na ongeveer 300 meter moest ik aan een rode stok naar rechts, een slecht, niet aangeduid, paadje op. Het zicht werd mij af en toe beperkt tot enkele meters, omdat er af en toe nevel en mistslierten voor mij kwamen hangen. Dit kwam omdat ik mij juist op de grens bevond met het wolkenmeer dat over het dal hing.

Na een 15-tal minuten het paadje te hebben gevolgd, was ik reeds de weg kwijt. Het verging in een brij van gruis en stenen. Het was pikdonker. Dan maar verder over verhard (verijsd) puin en steile flanken richting Schwarzgletscher. Snel daarna kwam ik al in de verse sneeuw terecht.
Eenmaal aan de gletscher gekomen, ben ik naar deze zijn rechteroever gegaan, en zo verder naar boven tot aan de Zackenpass. Alhoewel ik geen flauw idee had, waar deze laatste ergens zou zijn. Het was pikdonker.
De helft van de gletscher bestond uit ondergesneeuwd puin, zodat ik na een tijdje verplicht was mijn stijgijzers en ‘getten’ aan te trekken. Van hier af aan, kniediepe verse poedersneeuw.

Ik was nu toch al zo'n twee uur onderweg en ik zat nu in het middelste deel van de gletscher. Nu begon ik ook zeer lichtjes de contouren van de bergen en de omgeving rond mij te zien.

Recht voor mij zag ik in de verte een steile flank en daarboven een pas. Dat moest de Zackenpass zijn. Ik haal nooit de top, dacht ik. Nu was het nog alleen maar sneeuw waar ik door moest en voor het eerst was er sprake van een echte gletscher. Zo was ik toch van mening.
In de verte ontwaarden zich kloven, of was dit een illusie? Angst. Het was moeilijk te zien omdat alles bedolven lag onder verse sneeuw.

Het werd alsmaar klaarder en klaarder en ik begon alsmaar hoger en hoger tegen de steile gletscherhelling naar de pas te klimmen.
Boven kwam ik dan op de Zackengraat uit, het was iets voor 9 uur. Doorgaan.

Over de gemakkelijke Zackengraat naar de laatste (firn) helling die mij scheidde van de top. Wederom diepe sneeuw. Deze laatste helling was een echte hel. Af en toe zakte mijn voet zeer diep in de sneeuw.
Maar al gauw, naarmate ik hoger klom, was deze dan toch goed verfirnd. Er leek maar geen einde aan te komen. Stijgen en nog eens stijgen, en maar niet vorderen.
 

Foto : Op de Zackengraat, welke bedolven lag onder pakken verse sneeuw. In de verte de top.
 

Uiteindelijk kwam ik rond 11u15 aan op de voortop en van hieruit ben ik dan, zonder rugzak, verder gegaan naar de top.
Direct terug.

Iets lager op de flank nam ik verscheidene pauzes. Mijn rechtervoet deed weer veel pijn, net zoals bij mijn voorlaatste beklimming. Nu zonder drinken terug gans naar beneden.
Als een zombie keerde ik terug op mijn passen.
Het grootste deel van de steilste hellingen liet ik mij gewoon op mijn achterwerk glijden in de sneeuw, met mij meenemend, kleine sneeuwlawines.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Foto : Zelfportret, niet zo ver meer van de top.

Foto : Het grootste deel van de Zackengraat, gezien vanop de Schwarzgletcher.

Anekdote :
Eenmaal gans beneden op de gletscher aangekomen, ontwaarde ik boven het Balmhorn en omgeving 2 helikopters. Neen. De huttenwacht heeft waarschijnlijk al alarm geslagen. (Het was reeds laat in de namiddag). Nadien begonnen ze ook rond de Zackenpas en de Rinderhorn (mijn 2e idee) te vliegen. Nu was ik er zeker van dat dit voor mij was.
Ik was eigenlijk van plan direct af te dalen naar Sunnbüel, maar door dit toeval was ik verplicht weer naar Schwarenbach terug te gaan, om mij te melden bij de huttenwacht.
In zeer snel tempo, met al mijn warme kledij nog aan, daalde ik af naar het hotel. (Op zo'n moment vergeet men al zijn vermoeidheid). Volledig uitgeput en gans in het zweet kom ik daar te horen dat niemand iets afwist van die helikopters. Leuk.
Na een liter Cola te hebben gedronken, vertrok ik dan toch maar naar de kabelbaan van de Sunnbüel, om daar juist de laatste cabine te nemen van 16u50.
Beneden gekomen heb ik zeker nog 2 liter limonade gedronken. En, oh ja, het was een stralende dag geworden.