| Barre des Ecrins 4101m, einde mei
2003 :
Het weekend met Hemelvaart was extra lang.
Ik was dus 4 dagen vrij. In de bergen beloofde het goed weer te worden. Ik
had vooraf gepland om de Barre des Ecrins te beklimmen. Deze ligt zo ver
van België verwijdert dat ik alleszins 4 dagen nodig had. De Barre ligt in het massief van de Ecrins, ten
zuiden van Briançon. Heel diep in Frankrijk.
Foto : Zicht
op de Barre des Ecrins vanuit de Ecrins-hut, de avond voor de beklimming.
Aangeduid de beklommen route.
Dag1 : ’s morgens vertrek in België. Naar Zwitserland
gereden tot in Genève. Vanuit Genève reed ik Frankrijk binnen om later via
de ‘Col du Gallibier’ en de ‘Col du Lautaret’, Briançon te bereiken. Op de
avond was ik daar ter plekke. De kilometerteller duidde 1000km aan. In
Briançon zocht ik een rustig plekje, een hondertal meters boven de stad.
Hiervoor had ik een rijbaan gevolgd naar één of andere ‘Col’. Daar
parkeerde ik me en bracht de nacht door in hotel Golf Break ****. Het had
nog wat geregend.
Dag 2 : Na een stop, in de late voormiddag, bij de McDonalds,
reed ik verder naar het dorpje Ailefroide. Van daaruit kan men dan nog
dieper het dal in rijden tot het plaatsje Pre Madame de Carle. Er zijn
grote parkings aanwezig en een restaurant. Het krioelde daar van het volk.
Het was zonnig weer met veel stapelwolken. Van hieruit moest ik lang stappen met een zware
rugzak. De toerski’s moesten ook gedragen worden daar de sneeuwgrens al
vrij hoog lag.
Na twee uur geklommen te hebben, over een
wandelpad, kwam ik aan de Refuge du Glacier Blanc. Tot hiertoe was het
terrein behoorlijk rotsig geweest. Ik zag niet goed in hoe men hier met
toerski’s naar boven zou kunnen gaan, vroeger in het seizoen, als er nog
veel sneeuw ligt.
 
Foto : Pre Madame de Carle en de Glacier
Blanc.
Foto : De Refuge du Glacier Blanc.
Na de nodige rust ging ik verder. Ik was
zeker niet de enige klimmer. Nog
steeds bleven de ski’s op de rugzak. Nog een paar 100m over rotsachtig
terrein en dan kwam ik eindelijk aan grote sneeuwvelden. Daar kon ik voor
het eerst mijn toerski’s onder mijn voeten aanklikken. Een poosje later was ik op het plateau van de Glacier
Blanc. In de verte zag ik de Refuge des Ecrins liggen. Voor het eerst zag ik ook de Barre des Ecrins in het
echt. Wat een mooie berg, wat een vorm.
Om 17u25 was ik dan eindelijk op mijn
eindbestemming: de Refuge des Ecrins. 1300m hoger dan Pre Madame de
Carle. In totaal heb ik er 4u45 over
gedaan. De topo geeft 4u aan en dat
vind ik toch wel wat weinig. Dan moet men echt serieus gas geven. De
meeste andere klimmers hadden er langer dan 5u opgezet.
In de loop van de namiddag was er behoorlijk
veel bewolking komen opzetten. Ze hadden ook onweer voorspeld. Tegen de
avond klaarde het gelukkig weer op.
Mijn hoofd voelde wat raar aan.
Hoogteziekte. Ik zat immers ook op 3100m. Ik was volledig gefixeerd door de top. Deze werd
bijna amper of zelfs niet beklommen momenteel. Al de klimmers stopten
immers op de Dôme de Neige, een voortop. Deze meet ook 4000m. Maar van
daaruit is het nog een eind naar de Barre des Ecrins. De route gaat over een scherpe rotsgraat, waarop ook
nog een verse sneeuw lag. Benieuwd wat dat ging worden!
Dag 3 : Om 3u50 werd iedereen in de hut wakker gemaakt. Ik
had totaal niet geslapen; maar dat was geen nieuw gegeven. Het was veel te
warm in de slaapruimte geweest. De hoogte zal er ook wel iets mee te
makken hebben gehad, alsmede de idioten die een ganse nacht naast me
liggen woelen hebben.
Nog geen half uur later stond ik als eerste
op de harde sneeuw van de Glacier Blanc. Miljoenen sterren tekenden zich
af aan de hemel. Vrij snel achter
mij kwamen ook al andere klimmers eraan. Ik begaf mij verder over de gletscher tot aan de voet
van de Barre des Ecrins. De route verliep door deze zijn N-flank. Men
begon rechts onderaan te stijgen, om links boven te eindigen. Daarna
traverseert men onder de top, horizontaal, naar rechts. Het eerste deel in de flank was nogal sterk
blootgesteld aan ijsslag. Je moet je immers onder huizenhoge ijsmuren
begeven, waarvan regelmatig stukken afbrokkelen. De flank was steil maar
nog goed te doen met toerski’s. Na
het eerste, steile deel kwam ik in het midden van de wand. Ik werd
verwelkomd door de eerste zonnestralen. Het volledige gletscherlandschap
rondom mij kleurde oranje. Het was helemaal niet koud.
Foto :
Genomen halverwege de N-flank van de Barre des Ecrins, net voor de zon me
verwelkomde.
Iets hoger in de wand werd ik ingehaald door
een groep van 4 klimmers. Het was nu aan hen om de leiding te nemen. Ik
steeg samen met de groep hoger, doorheen een betoverende ijswereld.
Sommige stukken waren wel heel steil om met de toerski’s te beklimmen.
Gelukkig had ik speciaal voorziene messen onder mijn toerski’s geplaatst
om een betere grip op het ijs te krijgen. Op een bepaald ogenblik verloor iemand’s toerski de
greep op het ijs en de persoon gleed wel 30m in de diepte. Gelukkig niets
bezeerd.
 
Foto : Klimmers in de N-flank van de Barre des
Ecrins.
Foto : Het horizontale gedeelte net voor de Brèche Lory.
Om 7u20 was ik samen met de 4 anderen aan de
Brèche Lory (3974m). Daar worden de ski’s achtergelaten. Skidepot.
De groep ging te voet verder naar de Dôme
de Neige en ik begon aan de beklimming van de Barre. Eerst moest er een grote randkloof overgestoken
worden, dit voor beide toppen. De randkloof was op die plaats nog redelijk
goed dicht. Een korte, steile
passage voer me eroverheen. Een
bijna verticale rotsmuur barreerde de toegang naar de rotsgraat, welke
naar de Barre leidde. De rotsen waren daarbij nog eens bedekt met sneeuw
en ijs. Ik zag echter een mogelijkheid onderaan de rotsmuur, net boven de
randkloof. Een traversée van een paar meter over blank ijs leidde naar de
rotsen op de graat. Die zagen er beklimbaar uit. Maar de traversée was te
delicaat en halverwege keerde ik op mijn passen terug. Ik probeerde daarna
nog 2 andere pogingen, ditmaal rechtstreeks in de rotsmuur. Telkens
geraakte ik niet hoger als 2 meter. Het ontbrak aan grepen en alles was
nog eens bedekt met ijs. Ik moest en zou de top doen maar begon toch al
wat te wanhopen.
Iets later kwamen er nog 2 klimmers aan de
Brèche Lory. Tot mijn grote opluchting kozen zij ook om de Barre te
beklimmen. Ze begonnen ook in de rotsmuur maar begrepen al snel dat er
geen doorkomen was. Daar stonden we dan met zijn drieën. Dan merkte ik een rotshaak op, onderaan de muur. Ik
kwam op het idee om daar een touw aan te bevestigen en zo, gezekerd aan
het touw, de traversée over het blanke ijs te wagen. Dat bleek een goed
idee te zijn en niet veel later bevonden we ons op de rotsgraat.
Oef.
Daarna ging het sneller vooruit. Ik klom
verder in solo terwijl de twee anderen aan het touw hoger klommen. Al snel
was ik een heel eind voorop. Het
eerste deel van de graat werd aan de rechterzijde gehouden en men klimt
ietwat in de flank. Tot men ter hoogte komt van de Pic Lory (4086m), een
voortopje.
Vanaf dat punt
klimt men verder over de scherpe graat. Aan de Z-zijde oogt deze heel
indrukwekkend, met een diepte van bijna 1000m. De graat was ook nog eens
op vele stukken bedekt met sneeuw.
Gelukkig was het klimmen niet al te zwaar.
Er waren voldoende grepen voor handen en voeten. Het was vooral oppassen om geen domme fouten te maken
of om losse rotsen vast te nemen.
In de diepte onder mij begaven massa’s
klimmers zich op hun beurt naar de naburige Dôme de Neige. Geen andere
klimmers kwamen nog naar de Barre.
Foto : Op de NW-graat
van de Barre. Links ziet men de steile Z-wand.
Rond 10u stond ik uiteindelijk op het
hoogste punt. Het uitzicht was grandioos. Er was geen enkele berg welke in
de verste verte boven deze top uitkwam. Een half uur later kwamen de 2 Franse klimmers
eveneens op de top aan. Voor mij was het dan al tijd om weer af te dalen.
Het was immers nog een lange weg terug.
Via dezelfde route ging het weer omlaag. Dat
ging snel vooruit. (Ik voel me ook al heel vertrouwd in mixte
terrein). Net boven de Brèche Lory
traverseerde ik via een smalle richel naar het midden van de verticale
rotswand. Daar was een mogelijkheid om het touw te bevestigen en zo een
rappel uit te voeren. Ik had een dun touw van 18m lang bij me en dat was
genoeg voor de rappel. Toen ik met
mijn gewicht in de rappel ging hangen werd ik enorm angstig. Drie maanden
eerder had ik via een dergelijke rappel een zware val gemaakt. Dat was op
Les Droites. Het bevestigingspunt waaraan mijn touw hing was toen
losgekomen.
Toen ik op de Barre aan mijn rappel begon
zag ik het allemaal weer voor me gebeuren. Ik zat behoorlijk met de schrik
want ik daalde af aan een enkele oude rotshaak. Wie weet hoeveel jaren die
er al inzat? Ik was dan uitermate
heel opgelucht toen ik weer volledig aan de Brèche Lory stond, met mijn
beide voeten op vaste grond. Nou ja, op sneeuw.
Ik besloot daarna nog op mijn beurt naar de
Dôme de Neige te klimmen. Ik had maar het brede sneeuwspoor te volgen naar
deze zijn top. Op minder als 10 minuten stond ik eveneens op deze top. Na
nog wat genoten te hebben van het uitzicht en het zicht op de Barre des
Ecrins werd het tijd om voorgoed af te dalen. De zon was al vele uren aan
het schijnen en gaf enorm veel warmte af. De sneeuw was al zeer week
geworden.
 
Foto : Op de top van de Barre des
Ecrins.
Foto : Zicht op de Barre, gezien vanop de Dôme de Neige.
Ik begaf me terug naar de Brèche Lory waar
ik weer mijn toerski’s tegenkwam. Daarna ging het al skiënd omlaag,
doorheen de N-flank van de Barre des Ecrins. Onderaan kwam ik weer op de
Glacier Blanc. Ik opteerde om af te dalen langs deze zijn rechteroever, in
plaats van de linkeroever. Door voor deze optie te kiezen kon ik nog skiën
tot een heel stuk onder de Glacier Blanc hut. En zo vermeed ik ook een
groot deel van het lastige en rotsachtige deel van de linkeroever, waar
normaal de wandelweg langsloopt.
Foto : De voet van de Glacier Blanc. Links de route waar ik
naar beneden geskied ben. Langs rechts ben ik de dag ervoor
naar boven geweest.
Daarna moest ik noodgedwongen weer de ski’s
terug op de rugzak binden en was het nog een heel eind (leek eindeloos)
naar de parking van Pre Madame de Carle. Het was daarbij nog eens
snikheet.
Later op de namiddag en avond ben ik nog
verder gereisd (huiswaarts) naar de stad Grenoble, alwaar ik overnachtte
in een Formule1 hotel.
Dag 4 : De nacht in het Formule1 hotel was verschrikkelijk.
Het was snikheet geweest. Het had ’s nachts helemaal niet
afgekoeld. Het hotel ligt daarbij
ook nog eens vlak naast de autosnelweg en tussen een brede beek waar
allerhande nachtdieren de meest verschrikkelijke en harde geluiden maken
(veel kwakende kikkers). Weinig slaap dus gehad. Op deze dag reed ik de resterende 800km terug
huiswaarts. Einde van dit avontuur.
Informatie :
Moeilijkheid normaalroute : AD-, rots II -
III De normaalroute gaat door de
N-flank tot aan de Brèche Lory. Vanaf daar volgt men de NW-graat tot op de
top. Het eerste deel van deze graat
wordt links omgaan. Daarna blijft men ook nog overwegend een 10-tal meters
links van de graat tot men ter hoogte komt van de Pic Lory. Vanaf dat punt
volgt men het scherp van de graat tot op de top.
Duur : 5u vanuit de Ecrins-hut.
Periode : Mei - September.
|