Castor 4228m, februari 1998 :

Februari 1998. Ik bevond mij voor een week in het Italiaanse dorpje Gressoney St. Jean, gelegen aan de voet van het Monte Rosa massief. Het was putje winter en de bergen lagen bedekt onder een dik pak sneeuw. De dagen, dat het mooi weer was, was het bitter koud. Vanuit dit dal, waar ik een jaar eerder ook al in de winter was geweest, had ik al verscheidene winterbeklimmingen gedaan. 

Ik was via een immobilliënbureau in contact gekomen met Ernesto, sinds dat jaar een goede vriend geworden. Ik kon logeren in zijn huis, waar voldoende kamers voorhanden waren. Het huis had vroeger gediend als pension.

Ernesto is reeds 80 jaar maar nog zo kwik als een 20-er. Hij kende iedereen in het dorp en is ook goed bevriend met een paar gidsen. Deze werden op de hoogte gebracht van mijn plannen om de Castor te beklimmen. Hun eerste reactie was natuurlijk dat het niet mogelijk was in die tijd. 
Ik kreeg echter toch wat hulp van een gids en ik stelde hem een paar vragen over de klim. Hij beloofde mij eveneens een ‘radio’ waarmee ik met de gidsen in contact kon staan in geval van nood.
 
 

Foto : Met Ernesto voor zijn huis.

Het was al een tijdje stralend weer. Dat heb je zeer regelmatig in de winter in de bergen. Periodes van sneeuwval wisselen zich af met lange periodes van zonnig weer. 
Met het mooie weer trok ik omhoog. De eerste dag moest ik naar de Quintino Sella hut (3585m) gaan.
De kabelbanen die open zijn in het winterseizoen brachten mij al op 2900m. Vanaf die hoogte steeg ik verder op mijn toerski’s. Het punt waar de hut zich bevond was steeds zichtbaar in de verte. 
Via zachte hellingen steeg ik hoger en hoger. Er waren nog een paar andere toerskiërs in mijn buurt maar deze hadden andere plannen.

Ik klom zo hoog ik kon met mijn toerski’s, daarbij volgde ik een zelf gekozen weg. Op een bepaald moment kon ik met de ski’s niet meer verder. Ik was gekomen aan het laatste deel dat leidde naar de hut. Het was nog een heel stuk over een rotsige graat. Een groot deel hiervan is voorzien van touwen en kabels omdat het nogal gevaarlijk is op sommige plaatsen. Alles lag echter bedolven onder een dik pak sneeuw zodat ik daar niet veel hulp aan had. Dit stuk was mijn grootste zorg geweest maar uiteindelijk heeft het met niet echt veel moeite gekost. De hut was dichter bij dan ik dacht en al snel had ik deze bereikt.

De grote Sella hut is gesloten in de winter, maar vlak erachter bevind zich de oude, kleine hut. Deze is behoorlijk verwaarloosd maar dient nog goed genoeg om de enkele klimmers die hier in de winter komen op te vangen. 
Ik ging snel naar binnen want ik had het behoorlijk koud. Het was er heel donker en muf. 
In de late namiddag genoot ik nog van een altijd mooie zonsondergang, hoog boven de wereld.


Foto : Zicht op de Italiaanse zijde van de Castor. Aangeduid is de beklommen route.

Zoals beloofd maakte ik op de avond contact met de gids beneden in de vallei via de ‘radio’, een soort walkietalkie welke werkt op frequenties. Het lukte niet direct maar na een tijdje proberen kon ik toch een kort gesprek doen in gebroken Duits. Ik vertelde hem dat alles in orde was.
De volgende morgen, tegen het begin van de dag, begon ik aan de klim naar de top. Deze leek behoorlijk dichtbij maar was tenslotte wel nog 700m hoger. De gletscher bood in mijn ogen weinig gevaar en al schuivend met mijn toerski’s steeg ik hoger en hoger. Al de sneeuw was verwaaid op die hoogte waardoor er alleen nog een soort ijsgolven overbleven. Een vlakte vol gebroken, verharde sneeuw. Het klimmen op de ski’s ging niet zo vlot hierop. 

Een wat verborgen kloof boezemde met even wat angst in, maar daarbuiten geraakte ik probleemloos tot op 4000m. Daar liet ik mijn toerski’s achter en wat ander materiaal dat ik niet meer nodig had. 
De koude viel behoorlijk goed mee. 

Te voet ging het nu kruiselings door een steile sneeuwflank, onder een grote sneeuwoverhang tot aan het Felikjoch (4066m). Dan volgde ik verder de ZO-graat naar de top van de Castor. Het is een eenvoudige sneeuwgraat die een paar maal op en af gaat.
Drie uur na mijn vertrek aan de hut stond ik op de top van de Castor. Heel alleen temidden van allemaal bergen die meer als 4000m meten. Het was een prachtig gevoel. 
Ik maakte weer radio contact met de gids beneden in de vallei en vertelde hem dat alles in orde was. Het was een mooie dag en niet al te koud.
 
 
 
 
 
 

Foto : De topgraat, genomen tijdens mijn 2e beklimming in 2004.

De afdaling gebeurde later langs dezelfde weg tot weer terug aan de hut. In het begin van de namiddag daalde ik nog verder af naar de vallei. Ik besloot langs een totaal andere kant af te dalen, dan diegene waar ik de dag ervoor naar boven ben gekomen. Ik had geen zin meer om weer dat hele graatstuk onder de hut te doen. 
Via steile sneeuwhellingen daalde ik in NNO-richting af. Zigzaggend tussen grote rotswanden. Er waren daar een heel deel oude daalsporen van ski’s. Deze besloot ik te volgen en veilige geraakte ik weer beneden in de vallei. Dit zonder kaart of enige bewegwijzering, want van dat gebied had ik niet eens een wandelkaart. De meeste van mijn beklimmingen zijn improvisie.


Foto : Aangeduid is een deel van de route waar ik omlaag geskied ben.


 Castor 4228m, augustus 2004 :

Tijdens een 2-daagse tocht in het Monte Rosa massief heb ik 9 vierduizenders beklommen, waaronder ook de Castor (voor de tweede maal). Voor een verslag hiervan verwijs ik naar de volgende link : Monte Rosa 2004


Foto : De Sella-hut (3585m) met erachter de Castor. Aangeduid is de route die ik gevolgd heb in 1998 en tijdens de afdaling in 2004.