Dent Blanche (4356m), augustus 1998 :

Een prachtige alleenstaande berg waar ik al jaren van droomde.
De eerste serieuze gedachte voor een beklimming was in Mei 1996. Ik had toen amper 5 vierduizenders op mijn actief en wou de Dent Blanche in solo beklimmen. Dit zou dan zelf een winterbeklimming geweest zijn. Zo leek het er toch op (de berg lag nog bedolven onder pakken sneeuw). Daarmee dat, toen ik op een verkenning tot aan Bricola (2415m), op de weg naar de Dent Blanche hut, ik reeds geblokkeerd werd door de sneeuw. Ook de verlatenheid en de eenzaamheid die daar toen heerste, jaagden mij snel terug. Wat een absurd idee eigenlijk. Ik had toen nog niets van ervaring, maar had al wel veel ideeën en een obsessieve klimdrang.

Zomer 1997 : Ik kwam juist een paar dagen vakantie tekort, anders had ik een poging gewaagd.

In de zomer van 1998, had ik wel ruim de tijd voor de beklimming. Ik was er ook volledig klaar voor, mentaal, psychisch, qua concentratie, qua conditie en al wat je verder nog kon bedenken. De top kon mij niet meer ontsnappen.

De berghut op 3500 meter zat vol. Zeer veel gidsen, dus moest ik zien dat ik hier geen dom figuur sloeg en niet zat te knoeien op de berg.
Er was toch dat beetje onzekerheid en dat vreemde gevoel dat zich ’s avonds en ’s nachts voor elke solobeklimming van mij meester maakt.

’s Morgens was ik als eerste op weg. De top hing in de wolken. Het eerste deel in de rotsen achter de hut, alsook de sneeuwhelling en de daaropvolgende puingraat was gemakkelijk. Ik vroeg mij voortdurend af of ik de moeilijkheden, die zienderogend naderden, ging kunnen overbruggen.

Welgeteld 2u45 na mijn nachtelijk vertrek aan de hut stond ik als eerste op de top. Wat was ik blij. Het weer was ook meer opengeklaard. De klim was gewoon perfect verlopen. Ik had continu doorgeklommen en heb nergens moeten staan twijfelen. Al de torens of ‘gendarmen’ heb ik zonder enige moeite kunnen beklimmen of omgaan. Het was precies of ik deze beklimming al verscheidene malen had gedaan, want ik had nergens moeite gehad met het vinden van de juiste route.

De afdaling deed ik samen met 2 Oostenrijkers die een kwartier na mij, eveneens in solo, op de top waren gearriveerd. Wij hadden veel tegenverkeer op onze terugweg. Op de steilste passagen installeerden we rappels.

Foto's : Tijdens de afdaling van de Dent Blanche.

Lager, waar de graat eenvoudiger werd, discussieerden we oneindig over elkaars beklimmingen terwijl we afklommen.
Een immens vreugdegevoel maakte zich weer van mij meester. We genoten allen van onze beklimming en aan de hut namen we afscheid.


Dent Blanche (4356m), augustus 2001 :

Solo beklimming over de 'Viereselgrat'.

Een paar maanden voor de zomerperiode had ik reeds verscheidene beklimmingen gepland. Eén daarvan was de Dent Blanche over de wel zeer lange 'Viereselgrat'. Na mijn beklimming van de Dent blanche in 1998 was het duidelijk dat ik op deze berg terug zou komen. Het is een prachtige en grootse berg.

Over de beklimming van de 'Viereselgrat' heb ik lang staan twijfelen. Het bleek nogal een brokkelige graat te zijn. De moeilijkheidsgraad is 'D'.
Volgens de topo's zouden de rotspassagen niet zwaarder zijn dan III+. Wat mij aantrok aan de beklimming was de grootsheid ervan. Heel alleen te zijn op een immense berg. Het is één van de grote klassiekers in de Alpen.
Ik had het gewoon nodig om zoiets te doen, wat ook de gevolgen ervan zouden zijn. Als ik van een bepaalde route begin te dromen laat ik dat niet meer los.

Zo begaf ik mij tijdens mijn verlofperiode in de maand augustus met de wagen naar Zinal. Ik was reeds in goede conditie en goed aan de hoogte aangepast. Tijdens mijn autotocht was er nog veel twijfel in mijn hoofd. Een angst die heel mijn lichaam deed sidderen. In Zinal ben ik zelfs regelmatig naar het toilet moeten gaan van de schrik.

Later op de namiddag begaf ik mij naar de Grand Mountet-hut. Ik was de enige stijgende alpinist, het was ook al redelijk laat.
Naarmate ik hoger steeg ontwaarde zich de Dent Blanche. Deze reusachtige rots rees 2000m boven de vallei uit. Er lag nog redelijk wat verse sneeuw op, van de week voordien. Meer als de helft van de 'Viereselgrat' was lichtjes bedekt. Ik kon mijn blik er maar niet van afwenden. Met diep respect aanschouwde ik deze berg welke zijn aanblik mij angst inboezemde.

Tegen de avond kwam ik aan de Mountet-hut, welke ongeveer voor de helft gevuld zat. Ik vernam dat er dit seizoen nog bijna geen enkele beklimming op de 'Viereselgrat' heeft plaatsgevonden. Sinds het vallen van de verse sneeuw was er geen mens meer gepasseerd.
Ik discussieerde met de huttenwacht. Hij zei mij dat het door de verse sneeuw problematisch kon worden. Hij gaf mij zoveel mogelijk informatie. Tevens was hij van plan mijn vorderingen op de graat gade te slaan met de verrekijker.
De afdaling zou ik over de normaalroute doen naar de Dent Blanche-hut.

Om 2 uur vertrok ik. Het was een pikzwarte nacht. Al gauw kwam ik aan de Durand-gletscher. Gletscher betekent angst. Bijna 2 uur moet ik over deze stijgen eer ik ervan af kan. Het eerst deel was behoorlijk hard ijs en de kloven waren duidelijk zichtbaar. Soms moest ik wel grote omtrekken naar rechts of links maken om ze te kunnen omgaan. Ik vorderde traag omdat ik veel tijd verloor om de geschikte doorgangen te vinden. Iets hoger waar de gletscher begon te stijgen, verdween het ijs en kwam ik in sneeuw. Steeds zocht ik naar de sporen welke richting Col Durand gingen maar zag niets. Ik zag op vele plaatsen dat er kloven schuilden onder de sneeuwmassa. Fenomenale spleten waardoor het angstzweet uitbrak. Op veel plaatsen ben ik gewoon gestopt en vroeg ik mij af of ik niet beter zou terug gaan. Alleen was dit een dodelijk spel.

Met de juiste motivatie ben ik doorgegaan, verstand op nul. Iets hoger kwam ik de sporen tegen van de Col Durand. Deze volgde ik een tijdje tot ik boven op een groot gletscherplateau kwam. Hier bogen de sporen naar links, terwijl ik naar rechts moest om de 'Viereselgrat' te bereiken. Zonder enig probleem bereikte ik deze uiteindelijk. Het was reeds 4 uur.
Ik vond al snel het couloir door de welke ik moest stijgen om op de eigenlijke graat te komen. Alle rotsen lagen hier aan puin en overal lag gruis. Naarmate ik hoger ging des te steiler het werd.
Hier had ik een punt bereikt waar omkeren niet meer mogelijk was. Deze couloir is extreem gevaarlijk.
Ik kwam daarna op de graat. Het klimmen was eenvoudig over rotsblokken. Hoger en hoger klom ik.
Naarmate de hoogte, kwam ik meer en meer sneeuw tegen, welke zich tussen de rotsen had genesteld. De graat werd behoorlijk steil en enkele rotstorens heb ik met veel durf moeten overwinnen. Ongezekerd beklom ik deze verticale compacte rotsen. Heel regelmatig moest ik goed uitkijken om de eenvoudigste doorgang te vinden.
De diepte was langs beide kanten aanwezig. Zelfs toen het klimmen eenvoudig was, was de graat steeds zeer uitgezet en scherp. Van de verse sneeuw heb ik amper last gehad.

De laatste toren van de graat begon ik vol goede moed. De topo gaf aan deze door een schouw te beklimmen wat ik ook deed. Maar halverwege de wel 30m hoge toren hield de schouw op en kwam ik voor een sterk overhangende muur te staan. Zowel links als rechts leek er geen doorkomen aan.
Uiteindelijk ben ik naar links getraverseerd door verticale rotsplaten tot ik weer bij een schouw kwam. Deze was zeer nauw en lichtjes overhangend. Ik had geen andere keuze dan hierin omhoog te klimmen. Deze passage vergeet ik nooit meer. Het was de angstigste uit heel mijn leven. Tot tweemaal toe zag ik mijn leven aan een zijden draadje hangen. Afbrekende rotsgrepen, kleine voetsteunen. Ik vergeet het nooit meer. Voor mij was deze laatste klim wel in de 5e graad. Zonder twijfel. (Nochtans dat de topo maar III+ aangaf).

Na deze toren was de top in zicht. Ik zag er regelmatig mensen op. Op dat moment had ik nooit gedacht dat de echte moeilijkheden nog zouden komen. Met name de laatste lange sneeuwgraat. Welke afwisselend langs beide kanten overhangend was. Immense wächten.
Nog bijna 2 uur heb ik mij hierdoor moeten banen, soms links, soms rechts. Meestal omging ik ze net onder de graat en daar was de steilheid gemiddeld 60°. Op sommige plaatsen lag de verse poedersneeuw behoorlijk dik.

Nog nooit ben ik zo blij geweest om een route te hebben uitgeklommen. Mentaal was ik volledig op.
 
 
 

Foto : Een terugblik op het laatste scherpe deel van de Viereselgrat.

De afdaling verliep over de normaalroute welke ik 3 jaar tevoren al eens had gedaan. Deze was kinderspel vergeleken met de moeilijkheden die ik in het stijgen had meegemaakt. 1u30 later stond ik aan de Dent Blanche hut.

Zoals afgesproken belde ik de Grand Mountet-hut op om te zeggen dat ik goed aangekomen was. De huttenwaard had mij gadegeslagen en hij feliciteerde mij. Tevens in de Dent Blanche hut kreeg ik felicitaties en later ook in het dorpje Les Haudères.

De dag erop ben ik tevoet van het Val d'Hérens over 2 bergpassen naar Zinal gewandeld om mijn auto op te pikken. Het was de laatste dag van mijn verlof.

Informatief :

Moeilijkheid : D (grotendeels III, III+).
Duur : 10 tot 13 uur

Foto : Aangeduid is de beklommen route over de Viereselgrat