Dent d’ Herens (4171m), augustus 1998 :

Tijdens de zomer van 1998 verbleef ik 3 weken in Zwitserland. Ergens in die periode telefoneerde ik naar een Zwitserse kennis, Vincent. Hij zei mij dat ze de komende dagen de Dent d’ Herens gingen bestijgen. En als ik wou mocht ik mee. Dit was weer een mooie kans meegenomen! Mijn acclimatisatie was reeds in orde door de beklimming van de Bishorn, hoewel ik daar ook geen last van de hoogte ondervonden had.
Afspraak dus in Martigny, alwaar we gezamenlijk (Vincent, Jean-Michel en ik) over de Col du Grand-St-Bernard naar het lange en mooie Valpelline-dal, boven de Aosta-vallei, in Italië reden. We reden tot het uiterste punt in het dal, van waaruit we in een goede 4 uur stappen de Rifugio Aosta bereikten. Voor mij was dit één van de mooiste toegangen die ik reeds naar een berghut gemaakt had.

Het eerste uur voer langs een lichtblauw gekleurd stuwmeer, en daarna begaf het pad zich in een prachtig dal dat zo uit een Hymalaya-vallei kon geplukt zijn. Voor en rechts van ons in het dal waren overhangende gletschers te zien die een zeer indrukwekkend en bijblijvend beeld gaven.

Dertig meter boven de hut sloegen we de kleine twee-personentent op voor ons gedrieën. De hut was immers volgeboekt.

Wat zeer storend is, zijn de (zogezegd) alpinisten die er extreem lang over doen om een banale beklimming te voltooien. Dan komen ze om vijf of zes uur s’ avonds pas aan de hut terug van hun beklimming, terwijl het overgrote deel reeds tegen of voor de middag terug beneden was van diezelfde beklimming!
Deze alpinisten hebben het niveau niet en gaan tergend traag naar boven en naar beneden. Door dit late terugkeren van een tocht zijn ze genoodzaakt een tweede nacht in de hut door te brengen, hetgeen tot gevolg heeft dat andere alpinisten geen plaats meer in de hut vinden.

(Hetzelfde fenomeen heb ik meegemaakt op de Dent Blanche, waar verscheidene cordées pas rond 16 uur terug kwamen van de normaalroute! Volledig uitgeput alsof ze de N-wand beklommen hadden. Lachwekkend. Hier ook mochten verscheidene alpinisten, die later op de avond in de hut arriveerden, op de banken in de eetzaal slapen. En dat enkel omdat die trage cordées de hut voor een tweede overnachting bevolkten. Maar dit alles terzijde.)
 
 
 
 

Foto : Het prachtige meer en ver erachter de witte top van de Dent d'Herens.

Na een rustige nacht in de tent stonden we rond 3u20 op. Wat bleek ; toen we rond 3u45 vertrokken, was reeds gans de hut vertrokken. Waren wij dan zo laat of was iedereen reeds vertrokken voor het aangegeven uur?
Sommigen waren al heel ver en hun koplampjes verdwenen reeds achter de ijsmassa’s van de gletscher. Met een zeer snel tempo, dat meer op lopen dan stappen leek, begaven we ons op de morenen, alwaar we al gauw een deel van de alpinisten voorbijstaken. Eenmaal boven op het gletscherplateau, net onder het Tiefmattenjoch, hadden we de voltallige hut voorbijgesneld. Dit hadden we gedaan omdat de klim naar deze col steil was en uit zeer brokkelige rots bestond.
 

Een dik vast touw vergemakkelijkte de klim er naartoe. Vincent en Jean-Michel hesen zich eerst omhoog, waardoor er een hele resem stenen naar beneden viel. Met het nodige gevloek van de wachtende alpinisten beneden tot gevolg. Dit is de reden waarom we aan deze passage het eerst wilden zijn ; dan hoefden we niet onnodig te wachten in de rij om hier naar boven te klimmen.
Na deze passage volgde men in grote lijn de graat naar de top. Eerst een rotsig gedeelte waar een tweetal torens moesten overwonnen worden. Dan een sneeuwhelling en uiteindelijk een laatste rotsige flank. Deze bestond uit naar beneden hellende rotsen vol met puin erop en ertussen. Het was moeilijk om hier vaste voet op te krijgen. Mijn grote plastiek bergschoenen hinderden mij hier zeer. Een laatste geëxponeerde graat bracht ons als eersten op de top.
 
 
 


 
 

















De noordzijde van de Dent d'Herens. Rechts van de top loopt de W-graat omlaag welke we gevolgd hebben.