Fründenhorn 3368m, juli 2002 :

Dit avontuur begon op vrijdag 5 juli 2002. Na een dag gewerkt te hebben in Brussel, vertrok ik na de werkuren onmiddellijk naar Zwitserland. Ik had 2 dagen verlof erbij genomen zo dat ik 4 dagen in de bergen kon zijn en een paar toppen kon beklimmen!
Rond 23 uur was ik al in Basel en iets later op mijn geheime slaapplaats ergens in het bos. Daar parkeer ik mij altijd om in de wagen te slapen. Met de deuren op slot natuurlijk want je weet maar nooit.

Voor zaterdag hadden ze nog niet al te goed weer voorspeld. En inderdaad. De regen stroomde met bakken uit de lucht.
Die morgen vertrok ik rond 8 uur op mijn slaapplaats en reed verder naar Kandersteg, alwaar ik 2 uur later aankwam. De wolken hingen heel laag over het dal en het regende vrij hard.

Het was ondertussen namiddag geworden en het was nog altijd aan het gieten. Ik moest die dag nog aan de Fründenhut geraken. Daar de klim naar de hut niet zo lang duurt, besloot ik eerst nog wat in de wagen te slapen, met de hoop dat het eindelijk zou stoppen met regenen.

Tegen 17 uur was het inderdaad beginnen ophouden met regenen. Ik moest dan toch doorgaan wilde ik nog de stoeltjeslift kunnen nemen waarmee ik 400m hoogtemeters kon uitwinnen. Er was bijna geen volk meer op de wandelwegen.
Vanaan de aankomst van de stoeltjeslift daalde ik af naar de Oeschinensee. Het weer was nog steeds donker en dreigend, maar het bleef wel droog. Het was behoorlijk afgekoeld en de wandelweg lag er zeer nat bij.

Foto : Tijdens de klim naar de hut. Zicht op de Oeshinensee.

Later op de dag kwam ik, gelukkig droog, aan de Fründenhut; die bleek zo goed als vol te zitten. De andere alpinisten waren allemaal vroeger in de namidag naar boven gegaan. Met het gevolg dat ze allemaal kleddernat aangekomen waren. De kleren laggen dan ook overal in de hut te drogen.
Tot mijn grote verbazing zag ik 2 Nederlandse vriendinnen zitten; Maja en Anne. Wat een verrasing. Ik wist dat ze dat weekend ook in Zwitserland waren maar wat ze gingen doen was eerst nog niet zeker. Uiteindelijk hadden ze besloten om de Fründenhorn te beklimmen en zo troffen we elkaar daar aan. Nu waren we met zijn drieën voor de beklimming.

Later op de avond bestudeerden we nog de route die we de volgende dag zouden moeten nemen. (Zie overzichtsfoto onderaan deze pagina). De Fründenhorn is de huisberg van de Fündenhut, en toornt vlak achter de hut omhoog. De berg was volledig ondergesneeuwd door het slechte weer van de voorgaande dagen.

De volgende morgen waren we als eerste onderweg. Er was geen teken meer van slecht weer te bespeuren.
Via een padje kom je aan de Fründengletscher. Die moet een tijdje gevolgd worden, ongeveer 500m. Dan moet je afbuigen naar links en gaan naar een bepaalde inham in de rotsen van de W-wand. Dit gedeelte over de gletscher hebben we zonder touw gedaan. Het leek niet al te gevaarlijk.

We stonden aan de voet van de W-wand van de berg. Er loopt een systeem van diagonale en zig-zagende rostbanden doorheen. De rots is soms glad en meestal loopt er ook smeltwater omlaag.

De rotsen waren bedekt met een laagje verse sneeuw. Bijgevolg hebben we de volledige klim met stijgzijzers moeten doen.
Het was op het eerste zicht niet altijd duideljk waar de juiste route liep. Maar op de rotsen zijn echter hier en daar verfmarkeringen aangebracht om de weg te wijzen. Af en toe zijn er ook steenmannetjes.
Daar alles ondergesneeuwd was, had het een winters karakter. Het was heel bijzonder daar wij als eersten het spoor maakten. De andere klimmers waren later vertrokken.

De rest van de klim klommen we ook in solo, daar we een touw niet echt nodig achtten. Er waren toch bijna geen zekeringsmogelijkheden.
Afwisselend namen we de leiding en trokken we de nodige foto’s. Nadeel was dat we heel de tijd in de schaduw klommen, daar de zon aan de achterzijde van de berg opkwam.

De klim door de rotsen was niet zo zwaar. Als je de juiste route volgt over de juiste rotsbanden, dan is het niet zo steil. Een enkele keer is er wel een moeilijker stuk. Zo moest er op een bepaald moment een kleine schouw beklommen worden (II-III), welke volledig verijsd was. Voorts was het vooral oppasen voor de gladde rotsen. Op vele delen loopt er steeds water omlaag. Als je met stijgzijzers klimt heb je daar echter geen probleem van.

Foto : Halverwege de route. Tijdens de beklimming van de verijsde schouw.

Fotos : In het besneeuwde rotsgedeelte van de W-wand.

Na het rotsgedeelte kwamen we aan de sneeuwrug welke naar de top leidde. Deze is langer dan je op het eerste gezicht zou denken. Daar lag de sneeuw heel dik en we zakten er soms tot de knieën door. Het werd al gauw een vermoeiend karwei. Maja nam de leiding en het bleek dat zij over een uitstekende conditie beschikte. Zo heeft ze de hele flank gespoord in de verse poedersneeuw!
We werden op die flank ook ingehaald door een andere touwgroep. Dat was ook niet zo verwonderlijk, daar zij konden profiteren van de door ons gemaakte sporen en dus sneller konden vorderen.

Drie uur na ons vertrek aan de Fründenhut stonden we als eersten op de top van de Fründenhorn. Hier scheen het zonnetje al volop en dat deed deugd.
In de verte en rondom lagen de bergen allemaal bedekt met een vers, wit sneeuwtapijt. Wat een uitzicht!
In de diepte zagen we ook de Oeschinensee liggen. Dat was een zeer indrukwekkend dieptezicht. Het is zo heerlijk om in de bergen te zijn.
Op de naburige Doldenhorn zag ik ook een heel pak touwgroepen, welke de Galletgraat aan het beklimmen waren.

Na uitgerust, gegeten en genoten te hebben, was de tijd aangebroken om weer af te dalen. Het begon al vrij druk op de top te worden.
We daalden af langs dezelfde weg.
Op het rotsgedeelte in de W-wand was de sneeuw reeds beginnen smelten. Desalniettemin hielden we onze stijgijzers aan. De rotsen waren immers soms spekglad door het water dat er afstroomde of door het ijs dat er nog op lag.
 

     Foto : Vlakbij de top van de Fründenhorn, kniediepe poedersneeuw.

Eenmaal aan de gletscher terug gekomen, besloten Maja en Anne om zich aan te binden. Voor het eerst ging hun touw uit de rugzak. De temperatuur was ook al flink opgelopen en de sneeuw op de gletscher reeds weker geworden.

Foto : Anne en Maja op de Fründengletscher tijdens de afdaling. In de verte ziet men de hut liggen.

Als eersten kwamen we weer aan de hut aan, laat in de voormiddag. Het was stralend weer. Verscheidene wandelaars waren aan het genieten van het zonnetje. De klim naar de Fründenhut is dan ook een veel gedane wandeltocht en is aan te raden aan alle wandelaars die in de buurt zijn.

Maja en Anne besloten om zo snel mogelijk verder af te dalen naar het dal. Anne moest immers die zondag nog naar Groningen rijden om maandag weer op het werk aanwezig te zijn.

Ik had gelukkig nog 2 extra vrije dagen en ik zou die dan ook volledig benutten.
Later op de dag reed ik nog naar het Italiaanse Courmayeur en dat door de weder geopende Mont Blanc tunnel. De volgende dag heb ik de 4013m hoge ‘Dent Du Géant’ beklommen en de dag erna ‘La Tour Ronde’
Zie hiervoor het verslag van de Dent Du Géant.


Foto : Zicht op de Fründenhorn. Aangeduid is de te volgen route (normaalweg) door de W-wand.

Moeilijkheid : PD+
Tijd : 3 uur voor de bestijging
Periode : Juni tot oktober