Grandes Jorasses 4208m, augustus 2001 :

Op maandag 20 augustus vertrok ik vanuit Stalden (nabij Visp in het Zwitserse Wallis) naar het Italiaanse plaatsje Courmayeur. Het weer was de voorgaande dagen niet veel soeps geweest. Mijn autotocht bracht mij over de Grand St. Bernard pas tot in het Aosta dal. Van daaruit ging het verder tot in Courmayeur en nog iets verder (in het Val Ferret) tot in Planpincieux. Het weer was die dag nog niet denderend. Vochtige wolkenslierten hingen rond de bergen. Maar sporadisch kwam de zon erdoor.
Soms was het behoorlijk drijgend, zodat ik zelfs dacht dat het elk moment kon gaan regenen.
Vanaf de volgende dag voorspelden ze echter goed weer en zelfs voor de volledige eropvolgende week. Daarom was ik hier aan de voet van de Grandes Jorasses. Deze zijn top was nog 2700m hoogtemeters verwijderd.
Het is een behoorlijke zware klim. De Grandes Jorasses kan één van de moeilijkere vierduizenders gerekend worden.
Zelfs de normale route is behoorlijk lang en technisch al redelijk inspannend.

Foto : De Grandes Jorasses met de beklommen route.

Ik laadde mijn rugzak en begon aan de klim naar de Boccalatte hut. Er was amper een deftige bewijzering naar de hut en daardoor had ik het gevoel na 20 minuten reeds fout te zitten. En effectief, hoe hoger ik klom, hoe onduidelijker het pad werd. Daarna was het pad zelfs volledig zoek.

Een klein uur heb ik omhoog geklommen door struikgewas en dichte beplanting om dan hoger toch nog op het juiste pad te komen. Dat was geen goed begin.

Het weer bleef behoorlijk betrokken en op de 4000m grens zag ik zelf verse sneeuw liggen.
Ik vreesde dat ik de enige alpinist zou zijn die de volgende dag de Grandes Jorasses moest beklimmen. Dat zag ik echt niet zitten. Vooral omdat de eerste twee uur over een behoorlijke gevaarlijke gletscher verliepen. Sporen gingen er zeker ook niet zijn omdat het de vorige dagen heel slecht geweest is. Mijn gedachtegang sloeg op hol.

Later op de namiddag kwam ik dan aan de hut aan. Ze zag er allesbehalve aantrekkelijk uit. Binnen waren er 6 alpinisten. 4 ervan gingen de volgende morgen een poging wagen naar de top. Wat een geruststelling, ik zou immers niet alleen de berg op moeten. Ik raakte al snel bevriend met 2 Duitse klimmers en er werd overeengekomen dat ik met hun mee aan het touw kon.
De huttenwaardin vertelde ons dat er nog maar weinig alpinisten de berg dit jaar hadden beklommen. Getuige hiervan ook het huttenboek, waar nog niet zoveel aantekeningen instonden.
 
 

Foto : Aan de Boccalatte-hut

Vroeg in de nacht stond ik op. De anderen waren reeds aan het ontbijten. Een snelle blik buiten gaf mij een zeker gevoel; het was een stralende sterrenhemel. Joepie. Mijn bloed begon sneller te stromen, de adrenaline kwam tevoorschijn. Ik was enorm gemotiveerd om de berg te beklimmen.

Een half uur later waren we op weg. Ik met de 2 Duitsers en iets erna kwamen nog 2 Italianen.
Al snel kwamen we op de gletscher waar we ons aanbonden. Er was geen enkel spoor te bespeuren.
Bijna 2 uur baanden we ons een weg over de gletscher. Op sommige plaatsen was het een waar labyrint. Regelmatig moesten we op onze passen terugkeren omdat we voor hoge ijsmuren of diepe gletscherkloven kwamen te staan.
We moesten proberen de Réposoir-rotsen te bereiken op ongeveer 3400m. De hoogtemeter duidde reeds die hoogte aan maar we zagen alleen maar ijs rond ons. We hadden al geruime tijd een discussie over de richting die we moesten volgen. De 2 Duitsers wilden nog hoger de gletscher opgaan, welke hier zeer steil werd. Ik hield standvastig vol dat we naar links moesten.
Voor even zag het ernaar uit dat we de beklimming mochten opgeven. We hadden reeds teveel tijd verloren en de weg was nog zeer lang.

De nacht was zo donker dat we nauwelijks wat zagen. Aan onze linkerhand zag ik een donkere massa. Dat moesten de rotsen zijn. Ik overtuigde mijn 2 klimpartners om daar naartoe te gaan. En inderdaad, wat een opluchting.
De Italianen waren vlak achter ons, zij hadden dankbaar gebruik gemaakt van ons spoor.

Het touw verdween in de rugzak en ik koppelde mij los van de anderen. Als eerste begon ik aan de klim van de Réposoir-rotsen. Deze bestonden voornamelijk uit een opeenstapeling van steile rotsplaten. Ze waren volledig bedekt met ijs. De moeilijkheid is 3/3c.
Tijdens de klim werd het al snel klaarder. Boven aan de rotsen wachtte ik op de Duitsers. Hier moest terug een stuk gletscher overgestoken worden, waarna we ons naar de voet van een schouw (rots + ijs) moesten begeven. Ook hier ontstond er weer discussie over het verdere verloop van de route. Voor mij was het klaarduidelijk waar de schouw was; de Duisters meenden echter dat deze veel hoger was.

Al snel bleek dat ik weer gelijk had. We traverseerden het korte stukje gletscher horizontaal en kwamen aan de desbetreffende schouw. Wederom was de klimmoeilijkheid een graad 3. Hierna hadden we twee mogelijkheden.
Ofwel gingen we verder over de rotsen tot aan de Pointe Whymper, ofwel gingen we terug een stuk gletscher over en beklommen we de rotsen van de Pointe Walker. Doch is de overgang van deze laatste gletscher behoorlijk gevaarlijk vanwege ijsslag. (Heel veel jaren terug zijn hier eens 10 alpinisten bedolven geraakt door afbrokkelend ijs van de erboven gelegen ijsmassa.)

   Foto : De klim in de Whymper rotsen.                                                      Foto : Het sneeuwcouloir welke zich opent tussen de rotsen.

We opteerden dus voor de eerste optie. De twee Italianen kozen voor de tweede optie.
Wederom moesten we naar boven klimmen langsheen steile (deels verijsde) rotsplaten. Het was vooral uitkijken waar men het gemakkelijkst naar boven kon klimmen. Er waren immers vele mogelijkheden.
Het was een behoorlijke lange klim!

Niet zover meer van de top gingen we in een sneeuwcouloir verder. Het ging immers sneller om daarin omhoog te gaan, dan over de rotsen te klimmen. Op dit punt werd de motivatie op de proef gesteld. We waren reeds zolang onderweg en we waren er nog steeds niet.
In ons achterhoofd dachten we ook nog aan de zeer lange terugtocht.
Ik had immers geen zin om op te geven, zeker niet nu we al zo hoog zaten. Er was maar een ding dat telde; de top!

Niet zoveel later kwam ik dan op de Pointe Whymper. Vlak achter mij kwamen de Duisters. We waren enorm gelukkig. Het was immers een lange en veeleisende (zowel mentaal als fysiek) klim geweest. Maar de Pointe Whymper is niet het hoogste punt. Dat is de Pointe Walker.
Een behoorlijke delicate overgang stond ons dus nog te wachten.
Nog een half uur later stonden we dan effectief op het allerhoogste punt.

 Foto : De laatste meters voor de Pointe Whymper.                                         Foto : Zicht op de Pointe Whymper vanaf het hoogste punt.

Zeven uur na ons nachtelijk vertrek stond ik als eerste op de top van de Pointe Whymper. Vlak achter mij kwamen de Duitsers, en ja, zelfs de Italianen kwamen er in de verte aan via de andere route.

Foto : Op de top van de Grandes Jorasses 4208m

De afdaling was een heel huzarenstuk.
Ik had helemaal geen zin om weer langs die rotsen af te dalen. Ik besloot daarom om er juist langs de kant van te blijven. De helling was ongeveer 50° steil en 200m hoog. Veel concentratie was vereist.
Met mijn rug naar het dal daalde ik stap voor stap achterwaarts af. De sneeuw was bijzonder mals waardoor ik soms geen goede grip had met mijn piolet en stijgijzers.
Lager werd het gelukkig minder steil en zo kwam ik weer in de rotsen terecht, niet zover van de schouw langs waar we naar boven geklommen waren.
Ik wachtte rustig de anderen af die ook langs de steile ijsflank omlaag kwamen. Zij installeerden wel telkens lange rappels in de naburige rotsen.

Foto : Aangeduid de afdaalroute langs de steile sneeuwhelling.

Daarna volgden we exact dezelfde weg af, als dewelke we gebruikt hebben bij het naar boven gaan.

Doodmoe kwamen we aan de hut aan. Maar veel tijd om uit te rusten had ik niet. Ik moest nog dezelfde dag weer naar het Zwitserse Stalden. De dag erop zou ik immers omhoog klimmen naar de Bietschhornhut... (Zie beklimming Bietschhorn)


Infomatief :

Moeilijkheid : AD+. Zeer lange klim die niet onderschat mag worden. De berg wordt niet zoveel beklommen. De gletscher is behoorlijk indrukwekkend en op sommige plaatsen is het even zoeken naar de juiste doorgang.
Duur : 7 uur.  4 - 5 uur voor de afdaling.