Mont Blanc 4807m, september 1998 :

De geschiedenis herhaalde zich. Tijdens de maand augustus van 1997 had ik twee weken in Zinal verbleven voor beklimmingen. Maar ik had hiermee niet genoeg, en daarom keerde ik  twee weken na dat verlof nog eens terug op een weekend. Ik had toen op die twee dagen de Jungfrau beklommen.

Nu, welgeteld 1 jaar later, volg ik hetzelfde schema. In de maand augustus verbleef ik in Zinal en twee weken later keerde ik op een week-end nogmaals terug naar de bergen. Ditmaal opteerde ik voor de Mont Blanc.

De hoogste berg van Europa beklimmen op een weekend ?
Ja, ik was nog goed in vorm van mijn verblijf in Zinal, waar ik in de omgeving 6 vierduizenders had bestegen. Dus ook mijn acclimatisatie moest er nog voor een deel zijn.

Zaterdagmorgen om 3u30 was ik vertrokken in België en 9 uur later kwam ik aan in Chamonix, Frankrijk. Ik heb gedurende de hele weg slecht weer gehad. Veel onweer en ook sneeuwval. De weersvooruitzichten voor de meeste Europese landen waren voor dit week-end barslecht.
Ik telefoneerde naar mijn vriend Vincent in Zwitserland en die raadde mij deze beklimming sterk af. Het weer was onstabiel en het had zeer veel gesneeuwd in de bergen. Ook waren er de afgelopen twee weken 14 doden gevallen op de Mont Blanc. Omdat de sneeuwcondities op deze laatste slecht waren.
Maar volgens het meteo-station in Chamonix zelf, zou vanaf zaterdagnamiddag het weer in de omgeving beter moeten worden. En voor zondag voorspelden ze zelfs zeer mooi weer. Daarom ben ik toch gegaan.

Toen ik in Chamonix toekwam zat alles potdicht. Ik zag geen enkele berg door het slechte weer. Het regende. Eerst ging ik eten in het restaurant van de Aiguille du Midi. Toen ik daarna terug buitenstapte, was het ineens aan het opklaren en een half uur later was de lucht bijna volledig blauw. Het was ook warmer geworden. Mirakel.
Hierna ben ik direct doorgereden naar het dorp Les Houches, vijf kilometer voorbij Chamonix. Hier vulde ik mijn rugzak. Deze keer was hij wederom goed zwaar omdat ik ook nog bivakmateriaal mee had. Slaapzak, bivakzak, slaapmatje, een klein brandertje en dan nog al mijn ander klimmateriaal en kledij.

Ik nam dan de kabelbaan tot aan het station Bellevue. Hier moest ik overstappen op de tandradbaan. Maar ik had deze juist gemist. Nu moest ik een klein uur wachten om uiteindelijk de laatste stijgende trein te nemen om 15u20 ! Dan zou ik maar pas aan het eindstation zijn om 15u45. Echt laat. Het uur dat ik moest wachten op het treintje viel ik bijna in slaap van vermoeidheid. Dit op de banken onder het afdakje dat diende als station. Ik praatte ook nog uitgebreid met de daar gevestigde conducteur.

Om 15u45 was ik dus aan het station van de Nid d’Aigle. Er restte mij nog 1500 meter hoogteverschil en dus een klim van 5 uur tot aan de Goûter-hut (3817m). In de verte kwam er dreigend weer af.
De Mont Blanc en de Goûter-hut waren volledig in de dichte wolken. Er lag zeer veel verse sneeuw.
Het eerste deel van het traject leidde mij tot aan de Tête Rousse-hut. Op dit deel had ik een paar alpinisten voorbijgestoken die nog met de vorige trein naar boven waren gegaan. In deze hut moest ik toch even uitrustten en iets drinken.

Toen ik hier weer buiten ging, kwam het weer volledig dicht en werd het onmiddellijk ijzig koud. Het was een winters landschap. Reeds van in de helft van het eerste deel was ik op sneeuw gestuit. Nu in het volgende deel naar de Goûter-hut werd het delicater. Normalerwijze is er een geëxponeerd wegje volledig in de rotsen tot aan de hut. Nu lag alles bedekt met pakken sneeuw. Van aan de Tête Rousse-hut was men verplicht stijgijzers aan te doen.

Ik werd onmiddellijk bevangen door sneeuwval, net zoals nog een paar andere alpinisten. Hoger werd het weer dan nog slechter. Men zag amper 20 meter ver en het werd snel donker. Er woedde een sneeuwstorm.
Laat in de avond kwam ik aan de Goûter-hut. Deze zat vol. Het overgrote deel van de alpinisten was reeds slapen gaan.
Hier heb ik nog snel een paar soepjes opgewarmd. Daarna ging ik mij buiten gaan installeren. Het was gestopt met sneeuwen.
Achter de hut legde ik mij neer in de sneeuw. De temperatuur zat dik onder het vriespunt. Maar ik had net een nieuwe slaapzak aangekocht die redelijk koude temperaturen aankon. Met mijn slaapzak kroop ik in mijn bivakzak.
Niet veel later begon het terug te sneeuwen. Ik begon serieus te twijfelen of de top wel mogelijk zou zijn. Binnen een paar uur moest men immers vertrekken en zoals het weer nu was...
 

       Foto : De Goûter-hut op 3800m.
Toen ik om de 3 uur opstond was ik volledig bedolven onder de verse sneeuw. Ik wou niet te vroeg vertrekken omdat er toch nog geen enkel spoor was. Ik liet de grote massa alpinisten voor mij vertrekken zodanig dat er reeds een goed spoor aanwezig zou zijn in het dik pak verse sneeuw.
De nacht was ineens helder. Een prachtige sterrenhemel. Het slechte weer was dus toch weggetrokken, zoals voorspeld.

Er waren een 100-tal alpinisten voor mij toen ik vertrok. Dus was er al een goed spoor in de verse sneeuw.  Alleen het veelvuldig voorbijsteken van touwgroepen was voor mij vermoeiend.
Een goede twee uur later was ik aan de Vallot-hut. Ik moest daar toch even uitrustten. Net zoals zovele anderen.
Ik was zeer vermoeid en had het koud. Ik kon mij hier binnen ook niet opwarmen. Mijn tenen waren reeds lichtjes gevoelloos. Buiten was het door de felle wind ijzig koud. Zou ik de top halen ? Het is nog een lang stuk.

Na een halfuur in de overvolle, vuile Vallot-hut doorgebracht te hebben, was ik enigszins hersteld. Ik had mij nu goed aangekleed. Nu zou ik in één stuk tot aan de top moeten doorgaan en terug. Er heersten echt winterse condities. Of ik de top zou halen was nog steeds geen zekerheid.
Ik had het toch redelijk zwaar. Ik was doodop.
Op 4600 meter heb ik mijn rugzak achtergelaten. Door dit te doen ging het ineens een heel stuk beter. De wind waaide zeer hard en zonder ophouden op de Bosset-graat.
Op sommige momenten kon men onmogelijk verder gaan. De meeste stopten dan ook een goed stuk onder de top. Er zijn er maar weinig die echt tot de top voortgegaan zijn. Iedereen was stijf bevroren.

Foto : Zicht op de Mont Blanc en de Bosset-graat.

Ikzelf was nu goed in vorm en voelde maar weinig meer van de kou. Ik moest absoluut de top halen.
De laatste 50 meter moest men letterlijk op handen en voeten verderkruipen. De extreme wind blies je anders in één ruk van de berg als je niet oplette.
Toen ik alleen op de top arriveerde viel ik al huilend met mijn knieën in de sneeuw. Ik heb het gehaald, maar heb ervoor moeten vechten.
Door de opstuivende sneeuw ontwaarde zich een spectakulair landschap. Geen enkel punt in de verte rees hoger als deze top. Ik was op het dak van Europa.

Met deze blijde gedachte begon ik terug aan de afdaling. Iets later kwam ik weer aan de Vallot-hut en hier was het direct een stuk aangenamer. De wind was gaan liggen en de zon gaf warmte af.
Met de GSM heb ik eventjes naar huis getelefoneerd in België.

Twee uur later was ik weer aan de Goûter-hut. Hier werd alles terug opgeladen en iets later daalde ik via een mooi, winters landschap terug verder af naar de Nid d’Aigle.
De zon gaf veel warmte.
Iets lager als de Tête Rousse-hut kwam ik twee andere alpinisten tegen die ook afdaalden. Dit waren degenen die als eersten de top hadden bereikt en dus ook hadden gespoord. Het was een gids.
 
 
 

       Foto : Tijdens de afdaling van de Mont Blanc.

Ik vernam dat de volgende trein over een uur zou vertrekken en dus ging het in snelvaart verder naar beneden. Ik had zeker geen zin om een extra twee uur te wachten op de volgende trein. Ik moest immers nog 900 kilometer naar België rijden.

Aan de Nid d’Aigle voelde ik mij zeer ziek.
Dankzij een goed medicament tegen hoogteziekte dat ik van één van de twee alpinisten kreeg ging het snel een stuk beter.
Tot zover dit avontuur.