Morgenhorn 3627m - Weisse Frau 3650m, oktober 1996 :

Ik was reeds 2 dagen in Kandersteg, maar het weer was echt slecht. Regen zonder ophouden, lage wolken en mist.
Toen ik de 3e dag opstond, was de hemel redelijk opengetrokken. Voor het eerst kon ik de bergtoppen zien. En er was sneeuw gevallen tot ongeveer 2000m, maar deze weinige centimeters waren al gauw weggesmolten, zodat de sneeuwgrens kon herleid worden naar 2700m.

Nu of nooit dacht ik; dus maakte ik mijn rugzak en pakte in de vroege namiddag de zetellift naar boven. Van hieruit naar de Blüemlisalphut.

Hoe hoger ik klom, hoe meer wolken er kwamen. Gelukkig bleven deze in de dalen hangen, zodat ik mij al gauw boven de nevel, in de zon bevond. Afzien was de boodschap. Met een loodzware rugzak (ik neem altijd veel te veel mee) ging ik schoorvoetend vooruit.

De weg naar de hut was ontzettend lang en vermoeiend.
Aan de hut bevond ik mij nu helemaal boven de wolken.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Foto : Onderweg naar de hut. In het dal begon het wolkenmeer zich op te bouwen.
 

Gans Berner Oberland en omstreken lag onder de wolken. Ik zag dus, zover het oog reikte, over een gigantische wolkenzee uit. Prachtig. Daarna nog een wondermooie zonsondergang boven de wolken meegemaakt.

In de hut was ik gans alleen, buiten de huttenwacht en zijn collega. In het huttenboek las ik dat er de laatste maand geen enkele beklimming meer ondernomen was. Het was onmogelijk. Ook hier had het de afgelopen dagen gesneeuwd.

De huttenwaard legde mij de volledige route uit voor de volgende dag en hoe ik mij door de spaltenzone moest begeven. Hij zei dat al de kloven vrij lagen. Hopelijk!
 
 
 
 

De volgende dag stond ik op en het was een open sterrenhemel en volle maan. Om 5u15 was ik op weg naar de Morgenhorn, de eerste top van de overschrijding. Het was oververmoeiend om gaten in deze verse sneeuw te stampen. Ik zakte erdoor tot aan de kuiten en soms tot aan de knieën. Uitputtend. Na twee uur over de gletscher te zijn gegaan, was ik nog altijd niet aan de voet van de graat van de Morgenhorn. Het begon nu maar pas lichtjes klaar te worden. De wolkenzee van de vorige dag was onveranderd blijven hangen.

Eenmaal op de graat, alhoewel graat, meer een brede rug, moest ik eerst weer door kniediepe sneeuw. Dan kwam ik voor een steile helling te staan (45° a 50° steil ijs). Eindelijk ijs. Na meer dan twee uur in de diepe sneeuw te hebben geploeterd, was dit een welkome afwisseling. Eenmaal dit overwonnen, was het terug in diepe sneeuw door een steile flank, verder naar de top.
De top bestond gewoon uit een grote sneeuwmassa met aan de achterkant reuzegrote, dodelijk overhangende sneeuw, waar men toch liefst 2 meter van afblijft. 4u30 had ik erop gezet tot hier en ik was nog niet halfweg.

Daarna over een zeer indrukwekkende, bijna horizontale graat, die uiteindelijk veel langer was dan hij eruit zag. Zo verder naar de top van de Weisse Frau.

Aan mijn linkerkant dodelijke wächten, aan mijn rechterzijde een steile noordflank. Hier op de graat waren de condities niet veel beter. Ook veel te veel sneeuw. Om de 5 passen moest ik uitrusten.
Op een bepaald moment kwamen er ook een paar rotsen tussen. Voor de helft ondergesneeuwd. Er stonden twee stangen. Bij de eerste geraken was al een heus huzarenstuk. Superfijne graat met poedersneeuw die afbrak en aan de twee kanten dodelijke afgronden. Waarom doe ik dit? Bij de eerste stang, een rappel naar de tweede. Bij de tweede, een rappel  naar de der...? Er was geen derde stang en mijn maximale touwlengte voor te rappelen was 10 m. Vijf meter tekort, welke ik met veel angst heb moeten overwinnen.

Oef, tot aan de top van de Weisse Frau geen rotsen meer, alleen nog maar sneeuw. Het was zeer steil.
Uiteindelijk ben ik een beetje in de N-wand van de Weisse Frau gegaan, die in superconditie was, om zo gemakkelijker de top te bereiken.
 
 
 
 

Foto : Op de graat welke naar de Wysse Frau leidt.

   Foto : Zicht op de Morgenhorn vanop de Weisse Frau.                        Foto : Zelfportret op de top van de Weisse Frau.

Na een tijdje uitgerust te hebben en van het ongelooflijke uitzicht genoten te hebben, begon ik aan de afdaling. Gelukkig, door de vele sneeuw, was het grootste deel van de rotsen van de normaalroute Weisse Frau ondergesneeuwd. Want deze kunnen ook zeer delicaat zijn.
Nog één maal afzeilen en ik was er vanaf. Nu restte er mij alleen nog maar sneeuw, en nog eens sneeuw, tot aan de hut. Geen delicate passen meer, daar had ik voor vandaag schoon genoeg van.

Op de sneeuwflank die ik afdaalde, lag de sneeuw nog dikker. On-ge-loof-lijk. Dan maar al zittend mij omlaag laten schuiven.
Daarna was de weg naar de hut nog lang en eindeloos. (Alhoewel deze eigenlijk helemaal niet zo lang is, maar mijn lichaam was reeds zeer vermoeid). Ik bleef eeuwig ronddolen in deze dikke sneeuwmassa.

Foto : Op de terugweg na de beklimming van de Morgenhorn en Weisse Frau, welke op de achtergrond zichtbaar zijn.

Om 13u50 dan toch aan de hut. Nu wou ik toch eens goed uitrusten, maar ik moest nog zien op tijd te zijn voordat de zetelbaan sloot.
"Om 18 uur", zei de huttenwaard mij.
Ik zat nog steeds boven de wolken, prachtig.
De weg naar de zetelbaan was een lijdensweg. Ik ging trager naar beneden dan naar boven. Voortdurend rustpauzes nemend. Halverwege kwam ik in de wolken terecht en tevens ook in miserabel weer.
Om 17u50 kwam ik doodop, echt doodop, zonder drank aan bij de zetelbaan. Zicht ongeveer 50 meter. De zetelbaan was al gesloten om 16u50.

Neen, wat een ramp. Dit kon niet waar zijn. Mijn rechtervoet deed in het midden zeer veel pijn. En nu moest ik zonder drank, uitgeput, met een pijnlijke voet en, niet te vergeten, een loodzware rugzak (hij was echt abnormaal zwaar geladen) tot beneden in het dal zien te geraken, waar ik dan rond 19 uur arriveerde. Meer dan 13 uur afgezien en toch nog altijd teruggaan. Van deze tocht heb ik zeer veel geleerd.
 

(Moeilijkheid : AD)


Overschrijding Morgenhorn 3627m - Weisse Frau 3650m - Blüemlisalphorn 3663m, juli 2001 :

Daar ik in oktober 1996 de volledige overschrijding niet heb kunnen voltooien, bleef dit één van mijn toekomstplannen. Daardoor was ik ergens in de maand juli 2001 terug in Kandersteg om dit plan uit te voeren. Het was één van die vele week-ends dat ik naar Zwitserland was gereden.
's Avonds was ik weer in de omgeving van de Blüemlisalphut, daar ik ditmaal geopteerd had voor een bivak.
De volgende dag heb ik de volledige overschrijding van de 3 toppen in 7 uur voltooid tot terug aan het bivak. Het weer was prachtig en de sneeuwcondities waren tevens subliem. Ik was de enigste alpinist die de overschrijding deed. Er waren nog ongeveer 60 andere alpinisten maar die beklommen enkel de Blüemlisalphorn.
Het was tevens ook de tweede maal dat ik op deze laatste zijn top stond, na de doorstijging van de N-wand in juli 1998.