| Weisshorn 4505m, augustus 1998
:
De Weisshorn, 4505m. Voor velen de mooiste 4000-er van de Alpen. Langs geen enkele zijde gemakkelijk te beklimmen. Hoog steekt hij uit boven het Matterdal. Van bijna op elke top is hij wel te zien. Ik heb hem beklommen in de maand augustus 1998. Hier volgt mijn relaas:
De regen stroomde met bakken uit de lucht in
het Matterdal. Ook toen we aankwamen in Randa met de wagen. Vincent en ik
bleven in de auto wachten. Gelukkig, na een half uur, hield het op en trok
de hemel open. In snel tempo ging het dan in twee uur en dertig minuten
naar de 1600m hoger gelegen Weisshornhut.
De volgende 400 meters moest men door een
brede rotskam vol met losliggende stenen. Alles lag hier bedekt met een
laagje verse sneeuw. Beneden aan de rotskam was Vincent gestopt. Hij ging
terugkeren moest het weer niet openklaren. In de helft van deze uiterst gevaarlijke graat stak ik de gids voorbij en nam dus de leiding. Maar wat zag ik; in de verte achter mij begaf Vincent zich ook op de rotsgraat. Ik had het wel gedacht. Na nog een halfuur was ik aan het einde van deze heikele graat. Hier op deze graat had ik de zon maar af en toe gezien, door de mistige wolken die rond de bergen hingen.
Nu begon de sneeuwgraat. Vincent was bij mij terug geraakt. Hier nam de gids terug de leiding en spoorde in de verse sneeuw. Het weer was weer helemaal dichtgekomen. Men zag amper 10 meter ver. Hoe hoger we gingen, hoe beter we de kreten uit de verte hoorden. Op 4300 meter kwamen we 2 Spanjaarden tegen die de vorige dag niet meer weergekeerd waren naar de hut. Ze hadden de nacht doorgebracht in een kloof, ietwat in de oostflank. Nu durfden ze niet meer bewegen. Het zicht was nihil. Er heerste een noorderwind en het was ijzig koud. De verse sneeuw waaide op. De gids voor ons ging over tot de actie en begon een touw te spannen van de graat naar de kloof in de oostwand. Vincent zei mij dat hij nu definitief stopte. De top interesseerde hem niet meer. Zeker nier met dit weer. Hij bood ook hulp en gaf materiaal aan de gids.
Zeer snel klom ik op mijn voorste stijgijzerpunten verder in het harde ijs. Het contrast tussen sneeuw en lucht was miniem. Hopelijk word ik niet sneeuwblind, dacht ik bij mezelf. Eindelijk kwam ik aan de verijsde rotsen net onder de top. Zeer voorzichtig en geconcentreerd begaf ik mij op deze. Daar was het kruis. De top. Het was net een mirakel. Ik kwam aan op de top en enkele wolkenflarden trokken zich open. Ik bevond mij boven de wolken. Ik voelde mij net op een himalayareus staan. Veel wind, opstuivende sneeuw, alles bevroren (mijn haar en mijn tenen) en de lucht die continu open en weer dicht trok. Het ene moment stond ik in de zon, en zag uit over een oneindig wolkendek. Het andere moment in de wolkenbrij. Als de lucht zich nog éénmaal opentrok en een oneindig vergezicht van paradijselijk schoon zich voor mij opende, hief ik mijn piolet boven mijn hoofd en riep een kreet van vreugde. De wolken vlogen met immense snelheden voorbij. Na een kleine tien minuten begon ik terug
aan de zeer lange afdaling. De rotsen onder de top waren zeer delicaat. Ik
verdween terug in de mistbrij. Er kwam een silhouet op mij af. Het was
Vincent. Hij begaf zich ook naar de top. Op de voet gevolgd door twee
Italianen en de rest van de alpinisten. Velen gebruikten ijsvijzen op de
graat. Eenmaal terug aan de rotsgraat werd het weer uiteindelijk beter. Ik kon nu de volledige sneeuwgraat en de top zien. Slechts af en toe kwamen er nog een paar wolkenslierten voorbij. Mijn voeten waren terug ontdooid. Ik wachtte hier op Vincent om samen af te dalen. Toen hij terug bij mij was bonden we ons aan voor de afdaling over de verijsde rotsgraat. Maar alles was reeds ontdooid en de rotsen waren droog. Zonder problemen ging het tot aan de rotsflank. Hier borgen we het touw terug op. De zon scheen nu, maar er waren nog steeds veel wolken.
Met kapotte knieën kwam ik aan de wagen. Iets later pik ik lager in het dal ook Vincent terug op. Deze beklimming voelde zeer speciaal aan. Alsof men iets groots gedaan heeft. Men komt terug van zeer hoog, van een andere wereld. Het was prachtig!
Moeilijkheid : AD |